Uitspraak
3 april 2014, 13/5157 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand en stond ingeschreven op een adres waar ook haar vader en zus woonden. Tijdens een intake verklaarde zij enkele dagen per week bij haar vriend te verblijven. Het college voerde een onderzoek uit, waaronder dossieronderzoek en een gesprek op 3 juli 2013, waarbij twijfels ontstonden over haar woon- en leefsituatie.
Appellante weigerde haar verklaring te ondertekenen en medewerking aan een huisbezoek, ondanks waarschuwingen over de gevolgen voor haar uitkering. Het college besloot daarom de bijstand per 3 juli 2013 te beëindigen wegens het niet voldoen aan de medewerkingsplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij wel woonde op het uitkeringsadres en medewerking wilde verlenen. De Raad oordeelde dat er een redelijke grond bestond voor het huisbezoek vanwege concrete feiten en dat appellante niet had meegewerkt. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de beëindiging van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek wordt bevestigd.