ECLI:NL:CRVB:2015:4058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvragen wegens niet aannemelijk maken hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellant heeft twee keer een aanvraag voor aanvullende bijstand ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Hoogezand-Sappemeer, waarbij hij als hoofdverblijf een bepaald adres heeft opgegeven. Het verificatieteam van de gemeente heeft meerdere onaangekondigde huisbezoeken afgelegd, waarbij appellant meestal niet werd aangetroffen. Ook waren gas, water en elektriciteit afgesloten of beperkt, wat het aannemelijk maken van verblijf op het adres bemoeilijkte.
Het college heeft beide aanvragen afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf op het opgegeven adres had. De rechtbank heeft deze besluiten bevestigd. In hoger beroep betwist appellant dit en voert aan dat hij financiële problemen had en zich in de zomerperiode kon redden zonder gas en elektriciteit.
De Raad overweegt dat de bewijslast van bijstandbehoevendheid bij appellant ligt en dat het college terecht onderzoek heeft gedaan. De bevindingen van het verificatieteam, waaronder het niet aantreffen van appellant bij huisbezoeken en het ontbreken van voorzieningen, vormen een toereikende grondslag voor de besluiten. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraken en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres.