ECLI:NL:CRVB:2015:4074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstand wegens terugvordering naderhand verkregen ZW-middelen
Appellant ontving aanvankelijk een Ziektewetuitkering (ZW) die door het UWV werd beëindigd en later met terugwerkende kracht werd toegekend. Het college verleende bijstand over de periode 19 maart 2012 tot 18 juni 2012, maar trok deze later in en vorderde de bijstand terug omdat appellant alsnog ZW-uitkering ontving over deze periode.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad oordeelt dat het college niet bevoegd was de bijstand over deze periode in te trekken, omdat artikel 58 WWB Pro geen intrekking maar terugvordering regelt. Het college had slechts een deel van de bijstand verrekend met de ZW-uitkering, waardoor een restant ten onrechte werd teruggevorderd.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen onvoorwaardelijke toezeggingen zijn gedaan. De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover het de intrekking betreft, herroept het besluit van 5 augustus 2013 over de intrekking en veroordeelt het college in de proceskosten. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand over de periode 19 maart tot 17 juni 2012 wordt vernietigd en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.