ECLI:NL:CRVB:2009:BK3358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstand wegens onjuiste vermogensvaststelling en handhaving terugvordering
Appellant ontving bijstand over de periode van 16 september 2004 tot 1 juli 2005. Het College stelde vast dat appellant twee spaarrekeningen had verzwegen, waardoor het vermogen de vrijstellingsgrens overschreed. Op basis hiervan werd de bijstand ingetrokken en een terugvordering ingesteld.
Appellant betwistte het verzwegen hebben van de rekeningen en stelde dat hij niet over het tegoed kon beschikken. De Raad oordeelde dat appellant niet beschikte over het saldo van de ING-rekening bij aanvang van de bijstand, omdat hij hiervan niet op de hoogte was. Daarom was de intrekking van de bijstand onterecht.
De Raad vernietigde het besluit tot intrekking en de daarop gebaseerde uitspraak van de rechtbank. De terugvordering van de kosten van bijstand werd echter gehandhaafd op grond van het feit dat appellant later wel over het tegoed kon beschikken. De Raad wees het beroep toe, veroordeelde het College in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt herroepen, de terugvordering van €1.741,65 blijft gehandhaafd.