Uitspraak
30 oktober 2014, 14/2282 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB vanaf 25 november 2010. Na een melding dat appellant werkzaamheden verrichtte en inkomsten genoot, heeft het college onderzoek gedaan en bij besluit van 20 december 2012 de bijstand ingetrokken en kosten teruggevorderd wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellanten maakten geen bezwaar tegen dit besluit, maar verzochten later om herziening op grond van gezondheids- en financiële problemen die zij als nieuw aanvoerden. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond omdat deze omstandigheden niet als nieuw konden worden beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de gezondheids- en financiële problemen reeds bekend waren bij het college ten tijde van het oorspronkelijke besluit en dat appellanten deze eerder hadden kunnen aanvoeren.
Daarom is het verzoek om herziening afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van het besluit tot intrekking van bijstand wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.