ECLI:NL:CRVB:2015:408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde autotransacties
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1996. Naar aanleiding van een anonieme fraudemelding over het kopen en verkopen van auto's door appellanten, startte de gemeente Rotterdam een onderzoek. Dit leidde tot een besluit van het college om de bijstand over 46 maanden in te trekken en € 69.372,15 terug te vorderen.
De bezwaarschriftencommissie adviseerde het terugvorderingsbedrag te verlagen tot € 50.589,23, uitgaande van een gemiddelde opbrengst van € 250 per sloopauto. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat appellanten geen concrete feiten hadden gesteld om het recht op bijstand schattenderwijs vast te stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat het recht op bijstand schattenderwijs vastgesteld had moeten worden. De Raad oordeelde echter dat appellanten geen verifieerbare gegevens of administratie hadden overlegd en dat de verklaringen van autosloopbedrijven niet relevant waren voor de betreffende periode. Ook de verklaringen van appellanten zelf en de advertenties op Marktplaats toonden hogere opbrengsten aan.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde autotransacties en wijst het hoger beroep af.