ECLI:NL:CRVB:2015:4107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid ondanks psychische klachten
Appellant was ziekgemeld wegens psychische klachten en ontving een uitkering op grond van de Ziektewet. Na onderzoek door een psychiater en verzekeringsarts stelde het UWV vast dat appellant geschikt was voor zijn arbeid en schortte de uitkering op wegens het niet meewerken aan onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het psychiatrisch rapport van Cohen als betrouwbaar beschouwde en het door appellant overgelegde GGZ-rapport onvoldoende vond om het oordeel te wijzigen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met het GGZ-rapport. De Raad oordeelde dat het psychiatrisch onderzoek en de daarop gebaseerde medische beoordeling juist en zorgvuldig waren, en dat het GGZ-rapport te ver verwijderd was van de datum in geding en onvoldoende valide was.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor benoeming van een onafhankelijke deskundige en geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.