ECLI:NL:CRVB:2015:4148
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en niet verstrekken bankafschriften
Appellante ontving vanaf 2009 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). De gemeente Maassluis startte een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij onder meer bankafschriften werden opgevraagd. Appellante verstrekte niet alle gevraagde gegevens, waaronder bankafschriften van haar en haar minderjarige kinderen, ondanks een hersteltermijn.
Het college schortte daarom de bijstand op en trok deze later in met terugwerkende kracht vanaf 19 december 2012. Tevens werd de bijstand over de periode van 27 januari 2011 tot en met 18 december 2012 ingetrokken wegens schending van de inlichtingenverplichting, mede omdat appellante werkzaamheden bij derden had verricht zonder dit tijdig te melden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat het college terecht had gehandeld op grond van artikel 54 WWB Pro en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat het niet verstrekken van gegevens haar niet kon worden verweten. Ook kon niet worden vastgesteld of appellante recht had op bijstand over de teruggevorderde periode vanwege ontbrekende gegevens en onvoldoende onderbouwing van werkzaamheden en inkomsten.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting en wijst het hoger beroep af.