ECLI:NL:CRVB:2015:4156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WWB-uitkering wegens niet gemeld vermogen op bankrekeningen
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een signaal van de Belastingdienst startte de sociale recherche een onderzoek naar haar vermogen. Hierbij werden twee niet gemelde bankrekeningen ontdekt, een ABN AMRO-rekening en een ING-rekening, waarvan de laatste sinds 2008 op naam stond van appellante en haar zoon.
Het college trok de bijstand met ingang van 15 september 2010 in wegens het niet verstrekken van inlichtingen over het vermogen en vorderde de kosten van bijstand over de periode 7 september 2006 tot en met 31 augustus 2010 terug. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond en de Raad bevestigde dit in eerdere uitspraken.
Appellante voerde aan dat het tegoed op de rekeningen niet haar, maar haar zoon toebehoorde en dat zij slechts beheerder was. De Raad oordeelde dat het feit dat de rekeningen op haar naam stonden de veronderstelling wekte dat zij over het tegoed kon beschikken. Appellante slaagde er niet in dit te weerleggen met objectieve en verifieerbare gegevens.
Verder stelde appellante dat zij toestemming had van haar bijstandsconsulente om geld voor haar kinderen te sparen zonder melding te maken, maar dit werd niet onderbouwd en was niet relevant voor het melden van bankrekeningen. Het hoger beroep werd afgewezen, de intrekking en terugvordering bevestigd, en het verzoek om schadevergoeding van € 65.000,- werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.