ECLI:NL:CRVB:2015:42
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invaliditeitspensioen op basis van medisch vastgesteld percentage PTSS
Appellant, voormalig beroepsmilitair, vroeg een invaliditeitspensioen aan vanwege PTSS. Na een geneeskundig onderzoek werd een invaliditeitspercentage van 15% vastgesteld, dat later werd herzien naar 17,9% en vervolgens naar 20% afgerond. Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van het invaliditeitspercentage en voerde aan dat de motivering van de scores op de beoordelingslijst onvoldoende was.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en bepaalde een invaliditeitspercentage van 17,9%. De minister nam daarop een nader besluit met een afronding naar 20%. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische rapportage, inclusief toelichting van de verzekeringsarts en informatie uit de behandelende sector, voldoende was om de gekozen scores te dragen.
De Raad verwierp het beroep van appellant dat een uitgebreidere motivering per klasse noodzakelijk was en bevestigde dat het bepalen van invaliditeit medische deskundigheid vereist. Ook werd het bezwaar tegen de score op het gebied van seksuele functie verworpen, omdat niet was voldaan aan het vereiste dat hiervoor specifieke behandeling was gezocht.
De Raad verklaarde het beroep tegen het besluit van 4 december 2012 ongegrond en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het invaliditeitspercentage van 20% en verklaart het beroep ongegrond.