ECLI:NL:CRVB:2015:4206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en vroegen bijzondere bijstand aan voor woninginrichting, waaronder de inrichting van kinderslaapkamers en een bankstel. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvragen af omdat de kosten voorzienbaar waren en appellanten hiervoor hadden moeten reserveren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. Appellanten voerden onder meer aan dat er geen hoorzitting had plaatsgevonden voor één van de besluiten en dat de verhuizing op medische gronden noodzakelijk was, evenals dat zij een schuldsanering hadden doorlopen. De Raad oordeelde dat de hoorzitting wel degelijk voldoende was en dat de kosten van woninginrichting als algemeen noodzakelijke kosten worden gezien die in principe uit het inkomen moeten worden voldaan.
De Raad benadrukte dat het ontbreken van reserveringsruimte door schulden geen bijzondere omstandigheid vormt en dat de kosten niet voortvloeien uit de medische urgentie van de verhuizing. Daarom is geen bijzondere bijstand toewijsbaar. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt bevestigd wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.