ECLI:NL:CRVB:2015:4247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering niet-verantwoord persoonsgebonden budget door Zorgkantoor
Het Zorgkantoor had aan [X.] een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend op grond van de AWBZ. Na het overlijden van [X.] op 28 augustus 2012 vroeg het Zorgkantoor om verantwoording van het pgb. Bij besluiten in oktober 2012 trok het Zorgkantoor het pgb voor dat jaar in en vorderde het een bedrag van €38.974,26 terug wegens het niet verantwoorden van de besteding.
Appellant, als erfgenaam van [X.], diende later alsnog verantwoordingsstukken in, waarop het Zorgkantoor in januari 2013 besloot niet terug te komen op de eerdere besluiten. In bezwaar werd een deel van het bedrag alsnog goedgekeurd, maar het merendeel afgekeurd en teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de eerdere besluiten onherroepelijk waren omdat geen rechtsmiddelen waren aangewend.
In hoger beroep stelde appellant dat de ingediende verantwoording als bezwaarschrift had moeten worden aangemerkt, wat de Raad verwierp. De Raad bevestigde dat een verantwoordingsformulier geen bezwaarschrift is en dat de toetsing van het bestreden besluit marginaal is. Er waren geen nieuwe feiten of omstandigheden die een volledige toetsing rechtvaardigden. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.