ECLI:NL:CRVB:2014:3398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij pgb
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor 2010 en het Zorgkantoor stelde het pgb vast en vorderde een bedrag terug. Appellante diende een verantwoordingsformulier in na de bezwaartermijn en maakte daarna bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn zonder verschoonbare reden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Appellante stelde in hoger beroep dat haar belangenbehartiger onvoldoende deskundig was, wat een uitzondering zou kunnen rechtvaardigen. Het Zorgkantoor beoordeelde uit coulance de inhoud van het verantwoordingsformulier en accepteerde een extra bedrag, maar handhaafde het bestreden besluit.
De Raad oordeelde dat appellante haar bezwaar na de wettelijke termijn had ingediend en dat geen verschoonbare reden voor de overschrijding bestond. De vaste rechtspraak dat fouten van een gemachtigde voor rekening van de cliënt komen, was niet van toepassing omdat het bezwaar door appellante zelf was ingediend. De Raad wees het beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak. De reactie van appellante op het coulancebesluit wordt doorgezonden voor behandeling als bezwaarschrift.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt bevestigd.