ECLI:NL:CRVB:2015:4265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen beëindiging loongerelateerde WIA-uitkering
Appellante ontving een loongerelateerde uitkering (LGU) op grond van de Wet WIA van 16 augustus 2011 tot 13 april 2013. Het UWV stelde op 28 juni 2012 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor de LGU op 13 april 2013 eindigde. Appellante maakte bezwaar tegen een betaalspecificatie van april 2013, dat mede werd aangemerkt als bezwaar tegen het besluit van 31 mei 2013 waarin het UWV het einde van de uitkering vaststelde.
Het UWV stuurde een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig rapport en stelde appellante in de gelegenheid om uiterlijk 5 december 2013 haar bezwaargronden in te dienen. Appellante diende deze gronden niet tijdig in, waarop het UWV het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank Midden-Nederland bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij wel inhoudelijke gronden had ingebracht en dat zij telefonisch bezwaar had gemaakt. De Centrale Raad van Beroep verwierp deze stellingen, verwijzend naar de vereiste van schriftelijke indiening van bezwaar en het ontbreken van bewijs voor telefonisch ingediend bezwaar. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante tegen het besluit tot beëindiging van haar loongerelateerde WIA-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van bezwaargronden.