ECLI:NL:CRVB:2015:4293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing laattijdige aanvraag Wet Wajong-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellante, geboren in 1960, diende op 6 juni 2013 een Wajong-aanvraag in wegens visusklachten die sinds haar jeugd bestonden. Het UWV concludeerde op basis van een arbeidskundig onderzoek dat zij rond haar 17e en 18e levensjaar ruim zeven jaar als kapster heeft gewerkt en daarbij minimaal 75% van het maatmanloon verdiende. Op grond hiervan wees het UWV haar aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar functie als kapster een 'witte raven baan' was, waarbij rekening werd gehouden met haar beperkingen, en dat het UWV niet ambtshalve had onderzocht of zij recht had op een WIA- of WAO-uitkering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het werk als kapster niet als een witte raven baan kan worden aangemerkt, mede gelet op het arbeidskundig rapport waarin werd vastgesteld dat appellante zelfstandig haar werkzaamheden verrichtte en een normaal loon ontving. Tevens is het niet vereist dat het UWV ambtshalve een WIA- of WAO-onderzoek instelt. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wajong-aanvraag bevestigd.