ECLI:NL:CRVB:2015:4308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- J.P.M. Zeijen
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WIA-uitkering wegens onjuiste arbeidsongeschiktheidsbeoordeling
Appellante vroeg een WIA-uitkering aan, maar het UWV stelde bij besluit van 10 november 2011 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering ontstond. Dit besluit werd bij bezwaar en vervolgens bij de rechtbank ongegrond verklaard.
In hoger beroep betwistte appellante de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit. Het UWV trok daarop het oorspronkelijke besluit en het bestreden besluit in en stelde bij een nieuw besluit van 23 februari 2015 vast dat appellante recht had op een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%.
De Raad oordeelde echter dat niet alle bezwaren van appellante waren weggenomen en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Het beroep tegen het bestreden besluit werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Het beroep tegen het nieuwe besluit over de berekening van het dagloon werd ongegrond verklaard, omdat appellante de berekening onvoldoende onderbouwde.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht werd vergoed. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 november 2015.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; het beroep tegen het nieuwe besluit over dagloon wordt ongegrond verklaard.