Uitspraak
14 mei 2014, 13/7179 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was werkzaam bij een werkgever en werd arbeidsongeschikt verklaard vanaf maart 2012. Na ontbinding van de arbeidsovereenkomst in augustus 2013 vroeg betrokkene een WW-uitkering aan. Het UWV stelde het dagloon vast zonder de toeslag (incentive) mee te nemen, waarop betrokkene bezwaar maakte.
De rechtbank oordeelde dat de toeslag als loon moest worden beschouwd en dat betrokkene minder loon had ontvangen door ziekte, waardoor de referteperiode moest worden vastgesteld vóór de eerste ziektedag. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat niet is vastgesteld dat betrokkene minder loon ontving wegens ziekte in de referteperiode en dat de toeslag niet vorderbaar was in dat jaar.
De Raad stelt dat de toeslag niet kan worden meegenomen bij de dagloonvaststelling omdat betrokkene niet heeft aangetoond dat hij de werkgever op niet mis te verstane wijze heeft gemaand tot betaling van de toeslag. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.