ECLI:NL:CRVB:2015:4338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en passende voorbeeldfuncties
Appellant ontving sinds 1992 een WAO-uitkering, die in 1994 werd ingetrokken. In 2013 vroeg appellant opnieuw een WAO-uitkering aan wegens verslechterde gezondheid. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was per 19 februari 2012, de datum van beoordeling.
Appellant stelde dat de gekozen voorbeeldfuncties niet passend waren en dat het besluit onterecht was gewijzigd. De arbeidsdeskundige van het UWV motiveerde echter dat de belasting van de voorbeeldfuncties de belastbaarheid van appellant niet overschrijdt. De Raad oordeelde dat de werkzaamheden in de functies machinaal verspaner, graafmachinebestuurder, magazijnmedewerker en productiemedewerker industrie passend zijn, ondanks enkele beperkingen van appellant.
De Raad verwierp het bezwaar dat het besluit vernietigd moest worden wegens wijziging van de motivering, omdat het rechtsgevolg ongewijzigd bleef. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WAO-uitkering bevestigd.