ECLI:NL:CRVB:2020:3140
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E. Dijt
- J.T.H. Zimmerman
- M.E. Fortuin
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatman en inkomsten bij WAO-uitkering na burn-out en zelfstandige werkzaamheden
Appellante was werkzaam als trainee bij een werkgever en viel uit door een burn-out in 2000. Het UWV kende haar een WAO-uitkering toe vanaf 2001. Later stelde het UWV op basis van gegevens van de Belastingdienst vast dat appellante over 2014 en 2015 geen recht had op uitkering vanwege inkomsten uit zelfstandige arbeid. Appellante voerde hoger beroep tegen deze besluiten en stelde onder meer dat niet-aftrekbare kosten en inkomsten uit verhuur via Airbnb niet in aanmerking genomen mochten worden, en dat zij door opleidingen en werkzaamheden nieuwe bekwaamheden had verkregen die een maatmanwissel rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar veroordeelde het UWV tot vergoeding van gemaakte kosten in bezwaar wegens een fout in de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde incidenteel hoger beroep in tegen deze kostenvergoeding. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht is uitgegaan van de fiscale gegevens van de Belastingdienst en dat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken om hiervan af te wijken. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat appellante zou zijn doorgegroeid naar een hogere functie of dat zij nieuwe bekwaamheden heeft verkregen die een maatmanwissel rechtvaardigen.
Verder is vastgesteld dat de correctie in de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid niet heeft geleid tot wijziging van het rechtsgevolg, zodat er geen sprake is van herroeping van het besluit en geen vergoeding van kosten in bezwaar verschuldigd is. De Centrale Raad vernietigt daarom het deel van de uitspraak dat het UWV tot vergoeding van kosten veroordeelt en bevestigt de overige uitspraken. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en het incidenteel hoger beroep van het UWV wordt toegewezen, waarbij de kostenvergoeding aan appellante wordt vernietigd.