ECLI:NL:CRVB:2015:4341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag wegens ongeschiktheid tot arbeid door ziekte
Appellant was sinds 1994 werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen en meldde zich in 2007 ziek met psychische klachten. Na een herbeoordeling werd hij voor 80-100% arbeidsongeschikt verklaard. Diverse re-integratiepogingen, waaronder werk in het magazijn en een stage, bleken onvoldoende passend.
Deskundigen concludeerden dat appellant vanwege beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren niet in staat was zijn eigen werk te verrichten en ook niet duurzaam kon worden herplaatst in passend werk. De minister verleende daarom eervol ontslag op grond van ongeschiktheid wegens ziekte.
Appellant voerde aan dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen om zijn eigen werk te doen en dat de minister onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht. De Raad oordeelde dat de minister zich gelet op de beperkingen en re-integratie-inspanningen in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat duurzame re-integratie niet binnen een redelijke termijn te verwachten was.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het eervol ontslag wegens ongeschiktheid tot arbeid wegens ziekte wordt bevestigd.