ECLI:NL:CRVB:2015:4446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Intrekking WIA-uitkering wegens simulatie en onjuiste informatieverstrekking
Appellant, werkzaam als schoonmaker, viel in oktober 2005 uit met fysieke klachten en later psychische klachten. Diverse medische onderzoeken in 2006 en 2007 leidden tot een vaststelling van ernstige psychiatrische aandoeningen, waarop een WIA-uitkering werd toegekend per 4 oktober 2007.
In 2011 en daarna vonden herbeoordelingen plaats waarbij verzekeringsartsen en psychiaters, waaronder Kondakçi, concludeerden dat appellant geen ernstige psychiatrische stoornis had maar spanningsklachten met een duidelijke neiging tot simulatie en aggravatie. Het Uwv trok daarom in 2011 de uitkering met terugwerkende kracht in wegens onjuiste informatieverstrekking door appellant.
Appellant maakte bezwaar en beroep met eigen medische rapporten, maar deze konden het oordeel van het Uwv en de rechtbank niet weerleggen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en oordeelt dat appellant bewust de artsen heeft misleid en dat de uitkering ten onrechte is verstrekt.
De Raad benadrukt dat intrekking met terugwerkende kracht in uitzonderingsgevallen is toegestaan, zoals hier, waar sprake is van onjuiste informatieverstrekking. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant wordt bevestigd, en de intrekking van de WIA-uitkering per 4 oktober 2007 blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de WIA-uitkering met terugwerkende kracht per 4 oktober 2007 wordt bevestigd wegens simulatie en onjuiste informatieverstrekking.