ECLI:NL:CRVB:2015:4470
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging ontslag wegens onevenredig plichtsverzuim ambtenaar
Appellant was werkzaam bij een onderdeel van de Raad voor de rechtspraak en kreeg vanaf 2012 meerdere keren te horen dat zijn functioneren moest verbeteren. Na een periode van ziekte en re-integratie ontstond een conflict over zijn werkzaamheden, waarbij appellant zich niet hield aan de instructies om ontwikkelwerkzaamheden te staken en zijn werk te hervatten na ziekte.
De Raad oordeelde dat appellant zich niet had beperkt tot de opgedragen beheerstaken en dat het niet opvolgen van werkhervattingsopdrachten plichtsverzuim opleverde. Het vermeende gebruik van schuttingtaal kon echter niet worden bewezen. Hoewel het plichtsverzuim ernstig was, was het ontslag als strafmaatregel onevenredig, mede omdat de werkgever het advies van de bedrijfsarts om een time-out en mediation toe te passen negeerde.
De arbeidsrelatie was verstoord en een vruchtbare samenwerking niet meer mogelijk, waardoor ontslag op andere gronden gerechtvaardigd was. De Raad oordeelde dat beide partijen bijdroegen aan de escalatie en dat de werkgever een minimale ontslaguitkering toekende. Het hoger beroep van appellant en het incidentele hoger beroep van de werkgever werden afgewezen, en de werkgever werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het ontslag onevenredig was en wijst het hoger beroep van beide partijen af.