ECLI:NL:CRVB:2015:4489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.C.W. Lange
- E. Dijt
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging medische beoordeling UWV bij WIA-uitkering na schouder- en rugklachten
Appellant, laatstelijk werkzaam als technisch medewerker, meldde zich ziek met schouder- en rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant rug- en schoudersparend werk kon verrichten en zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor geen uitkering werd toegekend.
Na bezwaar en beroep, waarbij aanvullende medische rapporten werden overlegd, bleef het UWV bij haar standpunt. Appellant voerde aan dat zijn knijp- en grijpkracht verminderd was en dat zijn nekklachten onvoldoende waren meegewogen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep onderzocht deze klachten nader en concludeerde dat er geen aanleiding was voor zwaardere beperkingen.
De rechtbank onderschreef deze beoordeling en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de medische beoordeling zorgvuldig en deugdelijk was uitgevoerd, dat de klachten van appellant adequaat waren onderzocht en dat de functies die aan appellant waren toegewezen passend waren. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.