ECLI:NL:CRVB:2015:4512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening premiebesluit WAO 2005 wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante verzocht het UWV om terug te komen op het premiebesluit WAO 2005, stellende dat de instroomlijsten niet waren meegezonden en dat daardoor onjuiste premies waren vastgesteld. Het UWV wees dit verzoek af omdat de instroomlijsten destijds aan appellante waren toegezonden en er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij haar argumenten ook eerder had kunnen aanvoeren en dat het ontbreken van de instroomlijsten niet tot nieuwe feiten leidde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV-beleid inhoudt dat het ontbreken van instroomlijsten wel een nieuw feit is en dat het gelijkheidsbeginsel haar verzoek ondersteunt.
De Raad oordeelt dat appellante redelijkerwijs de instroomlijsten had kunnen opvragen en dat het niet doen hiervan voor haar risico komt. Er is geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat het bestuursorgaan niet gehouden is gemaakte fouten te herhalen.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het premiebesluit WAO 2005 wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.