ECLI:NL:CRVB:2015:455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.W.H.I. Korte
- W.F. Claessens
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand wegens handel in nepverdovende middelen voor twee maanden
Appellant ontving bijstand sinds november 2008. Naar aanleiding van meldingen van de politie over handel in (nep)verdovende middelen door appellant, stelde het college een onderzoek in en trok de bijstand over bepaalde maanden in, met terugvordering van kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelt appellant dat het bewijs ontoereikend is en dat het tijdsverloop tussen processen-verbaal en onderzoek onzorgvuldig is. De Raad oordeelt dat het college voldoende onderzoek heeft gedaan en dat het tijdsverloop geen onzorgvuldigheid oplevert.
Voor december 2008 en oktober 2011 is het bewijs echter onvoldoende: het proces-verbaal is onvolledig en de aanhouding in oktober 2011 kan niet aan appellant worden toegeschreven. Voor november 2011 is het bewijs wel toereikend, met waarnemingen, aanhouding en aantreffen van middelen.
De Raad vernietigt het besluit voor december 2008 en oktober 2011 en herroept het eerdere besluit voor die maanden. Het college moet een nieuwe beslissing nemen over de terugvordering. De kosten van appellant worden vergoed en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.
Uitkomst: Intrekking bijstand vernietigd voor december 2008 en oktober 2011, bevestigd voor november 2011; college moet nieuwe beslissing nemen over terugvordering.