ECLI:NL:CRVB:2015:4553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verblijf buitenland zonder dringende redenen
Appellant ontving bijstand sinds 2002 en verbleef van 14 augustus tot 23 september 2013 in Turkije. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde vast dat appellant en zijn echtgenote langer dan de toegestane vier weken in het buitenland verbleven zonder tijdige melding, waarop de bijstand over 12 tot 23 september 2013 werd ingetrokken en teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat de ziekte van zijn echtgenote en haar ziekenhuisopname in Turkije zeer dringende redenen vormden om de bijstand niet in te trekken. Tevens stelde hij dat de terugvordering tot financiële problemen leidde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat de medische verklaring geen acute noodsituatie aantoont die rechtvaardigt dat de bijstand werd verleend. Ook de financiële situatie van appellant vormt geen dringende reden om van terugvordering af te zien. De intrekking en terugvordering zijn daarom terecht en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens verblijf in het buitenland zonder dringende redenen worden bevestigd.