ECLI:NL:CRVB:2015:4560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wmo-aanvraag voor voorzieningen wegens bestaande behandelopties
Appellant, geboren in 1971, ondervindt beperkingen door lage rugklachten en verzocht het college om voorzieningen op grond van de Wmo, waaronder het verwijderen van drempels, pakpalen, een douchestoel en een scootmobiel. Het college wees deze aanvragen af op basis van een medisch advies van arts Donderwinkel, die concludeerde dat er nog behandelmogelijkheden zijn zoals klinische multidisciplinaire pijnrevalidatie en cognitieve gedragstherapie, en dat het verstrekken van voorzieningen een anti-revaliderend effect kan hebben.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig was en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij om medische redenen niet kon meewerken aan de behandelingen. In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch advies onzorgvuldig was en dat hij reeds behandelingen had gevolgd zonder resultaat.
De Raad oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig tot stand was gekomen, dat de medische stukken geen grond boden voor het standpunt van appellant en dat de door appellant genoemde behandelingen niet volledig waren gevolgd. Er was geen aanleiding om een onafhankelijk deskundige te benoemen. De hoger beroepen werden afgewezen en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wmo-aanvragen wegens het bestaan van nog beschikbare behandelmogelijkheden.