ECLI:NL:CRVB:2015:4568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning en overgang naar LFNP-functie Bedrijfsvoeringspecialist
Appellant, werkzaam als senior beleidsmedewerker bij de politie, maakte bezwaar tegen de toekenning en overgang naar de LFNP-functie Bedrijfsvoeringspecialist D met salarisschaal 12. De korpschef had de uitgangspositie van appellant vastgesteld en de transponeringstabel toegepast bij de matching van functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de transponeringstabel, hoewel geen algemeen verbindend voorschrift, een zwaarwegende betekenis heeft. De overige werkzaamheden van appellant, zoals Hoofd Ordehandhaving en ME-compagniecommandant, waren niet opgenomen in zijn korpsfunctiebeschrijving en konden daarom niet leiden tot een andere domeintoekenning.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep bevestigd dat de korpschef in beginsel mag volstaan met een verwijzing naar de transponeringstabel. Het beroep op de hardheidsclausule faalt omdat de verschillen tussen de oude korpsfunctie en de nieuwe LFNP-functie bewust zijn aanvaard en inherent zijn aan het uniforme functiegebouw. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van de LFNP-functie Bedrijfsvoeringspecialist D bevestigd.