ECLI:NL:CRVB:2015:458
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding met partner
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd onderzocht vanwege vermoedens van het voeren van een gezamenlijke huishouding met R, wat haar recht op bijstand beïnvloedde.
Na een huisbezoek waarbij kleding en gereedschap van R in de woning werden aangetroffen, en verklaringen van omwonenden en betrokkenen, concludeerde het college dat appellante en R een gezamenlijke huishouding hadden. Appellante voerde aan dat het huisbezoek onrechtmatig was en dat de onderzoeksbevindingen onvoldoende waren.
De Raad oordeelde dat het huisbezoek gegrond was vanwege concrete aanwijzingen en dat de onderzoeksbevindingen een toereikende feitelijke grondslag boden voor de conclusie van gezamenlijke huishouding en wederzijdse zorg. De intrekking van de bijstand werd daarom bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.