ECLI:NL:CRVB:2015:4588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding Ziektewet
Appellante ontving op 13 oktober 2014 een besluit van het UWV dat haar Ziektewetuitkering per 14 november 2014 werd stopgezet omdat zij naar verwachting meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen met bepaalde functies. Tegen dit besluit maakte zij bezwaar, maar het UWV verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de zeswekentermijn voor het indienen van bezwaar.
De rechtbank Overijssel oordeelde dat het bezwaarschrift niet tijdig was ingediend en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het bezwaar op 3 november 2014 was verzonden. Appellante stelde in hoger beroep dat zij met een pagina uit het postboek aannemelijk had gemaakt dat het bezwaar tijdig was verzonden.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat het besluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt en dat de termijn voor bezwaar eindigde op 24 november 2014. De overgelegde postboekpagina is onvoldoende bewijs dat het bezwaarschrift daadwerkelijk op 3 november 2014 is verzonden. Bovendien wist appellante op 20 november 2014 dat het bezwaar niet was ontvangen en diende zij alsnog een bezwaarschrift in met poststempel 25 november 2014, na afloop van de termijn.
De Raad oordeelt dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift wegens termijnoverschrijding wordt bevestigd.