ECLI:NL:CRVB:2015:4591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens overschrijding inkomensgrens
Appellante ontving vanaf 1999 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid en was vanaf 2005 werkzaam bij een stichting. Vanaf april 2009 bleek uit onderzoek dat haar inkomsten uit arbeid zodanig waren dat zij geen recht had op de volledige WAO-uitkering. Het UWV besloot de uitkering over diverse perioden te korten en het teveel betaalde bedrag terug te vorderen.
Appellante voerde aan dat zij wegens psychische klachten niet aan haar inlichtingenplicht kon voldoen en dat het UWV op de hoogte was van haar salaris. Ook stelde zij dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het UWV het kortings- en terugvorderingsbesluit terecht had genomen en dat appellante redelijkerwijs had moeten weten dat zij te veel uitkering ontving. Haar psychische klachten waren niet met medische gegevens onderbouwd en vormden geen reden om van terugvordering af te zien. De terugvordering werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van de te veel ontvangen WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante niet aan haar inlichtingenplicht voldeed en geen dringende redenen zijn aangetoond.