ECLI:NL:CRVB:2015:4602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering persoonsgebonden budget wegens niet-naleving verantwoordingsverplichtingen
Appellant, met een psychische stoornis, ontving vanaf 2008 een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg op een zorgboerderij. Het Zorgkantoor beëindigde het pgb voor 2010 vanwege het niet afleggen van verantwoording over de periode 1 juli tot 31 december 2010 en vorderde een bedrag terug. Hoewel later een deel van de kosten werd geaccepteerd, bleef het standpunt dat appellant niet aan zijn verantwoordingsverplichtingen had voldaan.
Voor 2013 werd een pgb aangevraagd, maar het Zorgkantoor weigerde dit omdat appellant zich niet had gehouden aan de verplichtingen van het eerdere pgb. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat het Zorgkantoor op grond van de dwingendrechtelijke bepalingen verplicht was het pgb te weigeren.
Appellant stelde dat de zorg op de zorgboerderij voortgezet werd zonder betaling en dat passende zorg in natura niet beschikbaar was, maar dit werd onvoldoende onderbouwd. Verzoeken om vergoeding van zorgkosten en voortzetting van het pgb vanaf december 2014 werden buiten beschouwing gelaten. De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het pgb voor 2013 wegens niet-naleving van verantwoordingsverplichtingen.