ECLI:NL:CRVB:2015:4621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperkte beoordelingsvrijheid korpschef bij toepassing korting aspirantensalaris volgens artikel 3bis Bbp
Appellanten, aspiranten die in november 2011 zijn gestart met hun opleiding tot allround politiemedewerker, maakten bezwaar tegen een korting van 22% op hun salaris die werd toegepast op grond van artikel 3bis van het Besluit bezoldiging politie (Bbp). Zij verwezen naar een besluit waarbij voor een eerdere lichting de korting ongedaan was gemaakt op basis van regionale uitgangspunten.
De korpschef wees het verzoek af en handhaafde dit besluit na bezwaar, stellende dat de regionale uitgangspunten die tot het ongedaan maken van de korting hadden geleid niet langer golden ten tijde van het verzoek van appellanten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de korpschef geen vrijheid heeft bij de toepassing van de korting zoals neergelegd in artikel 3bis, eerste lid, Bbp. De regionale uitgangspunten vormen buitenwettelijk begunstigend beleid dat marginaal wordt getoetst door de bestuursrechter. Omdat de regionale uitgangspunten ten tijde van appellanten niet meer golden en het beleid consistent werd toegepast, faalde het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien tot veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de korting op het aspirantensalaris wordt gehandhaafd.