Uitspraak
12 december 2013, 13/306 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds 16 januari 2008 een WIA-uitkering op grond van een vermeende ernstige psychiatrische aandoening. Na een strafrechtelijk onderzoek naar mogelijke fraude stelde een psychiatrisch expert vast dat er geen sprake was van ernstige psychiatrie, maar van simulatie. Het UWV trok daarop de uitkering met terugwerkende kracht in en vorderde betaalde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en oordeelde dat zij de artsen bewust had misleid. Appellante stelde in hoger beroep dat zij in haar belangen was geschaad doordat het volledige strafdossier niet was overgelegd en dat de psychiatrische expertise was uitgevoerd met vooringenomenheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante in staat was tot arbeid en dat zij fraude had gepleegd door een psychiatrische stoornis te simuleren. De Raad vond geen bewijs voor vooringenomenheid bij de deskundige en geen schending van de belangen door het ontbreken van het strafdossier. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WIA-uitkering en de terugvordering wegens simulatie en fraude.