ECLI:NL:CRVB:2015:4671

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 december 2015
Publicatiedatum
21 december 2015
Zaaknummer
14/5468 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening nabestaandenuitkering wegens ontbreken nieuwe feiten

De Centrale Raad van Beroep behandelde op 10 december 2015 het verzoek om herziening van een eerdere uitspraak inzake een nabestaandenuitkering. Verzoekster had eerder bezwaar gemaakt tegen een beslissing van de Sociale verzekeringsbank, maar haar hoger beroep was niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.

In het verzoek om herziening stelde verzoekster dat haar recht op nabestaandenuitkering opnieuw moest worden beoordeeld. De Raad oordeelde echter dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren of de juistheid van eerdere uitspraken te betwisten.

Omdat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die bij de eerdere uitspraak niet bekend waren en die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden, werd het verzoek om herziening afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

14/5468 ANW
Datum uitspraak: 10 december 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 13 augustus 2014, 13/5408
Partijen:
[Verzoekster] te [woonplaats] , Marokko (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: R.G. van den Berg
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.
Bij de uitspraak van 13 augustus 2014 heeft de Raad het verzet van verzoekster tegen de uitspraak van de Raad van 26 maart 2014 ongegrond verklaard. De Raad heeft geoordeeld dat het hoger beroep van verzoekster tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
22 augustus 2013, 12/6284, terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het verschuldigde griffierecht niet is betaald.
3.
Verzoekster heeft bij brief van 16 september 2014 gevraagd om haar recht op nabestaandenuitkering opnieuw te beoordelen.
4.
Het is vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 11 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1218) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen, nu niet is gebleken dat verzoekster enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb naar voren heeft gebracht. Het verzoek bevat immers geen gronden die betrekking hebben op de reden waarom het verzet bij de uitspraak van 13 augustus 2014 ongegrond is verklaard.
5.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal,
De griffier De voorzitter
(getekend) R.G. van den Berg (getekend) T.G.M. Simons

HD