ECLI:NL:CRVB:2015:4676

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 december 2015
Publicatiedatum
21 december 2015
Zaaknummer
15/461 ANW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in sociale zekerheidszaak

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een sociale zekerheidszaak, maar het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift geen gronden bevatte en appellante niet aannemelijk kon maken dat zij niet in verzuim was.

In verzet stelde appellante dat zij wel gronden had ingediend tegen de uitspraak van de rechtbank, maar zij kon het gevraagde verzendbewijs van de oorspronkelijke zending niet overleggen.

De Centrale Raad van Beroep heeft daarop het verzet ongegrond verklaard, omdat er geen reden was om het eerdere oordeel te herzien. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak bevestigt het belang van het correct en tijdig indienen van gronden en bewijsstukken bij hoger beroep in bestuursrechtelijke procedures.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 december 2015
15/461 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 december 2014, 14/2336 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: R.G. van den Berg
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 26 juni 2015 heeft de Raad het hoger beroep van appellante tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift geen gronden bevat, en redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In verzet heeft appellante bij brief van 18 juli 2015 aangevoerd dat zij wel gronden tegen de in hoger beroep aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 december 2014 (14/2336) heeft ingediend. De Raad heeft appellante vervolgens bij brief van 5 augustus 2015 verzocht om de gronden van het hoger beroep nogmaals, en inclusief verzendbewijs van de oorspronkelijke zending, binnen vier weken toe te zenden. Bij brief van 21 september 2015 heeft appellante wel de gronden maar niet het gevraagde verzendbewijs aan de Raad gezonden. In die omstandigheden is er geen grond voor het oordeel dat de uitspraak van
26 juni 2015 onjuist is.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal,
De griffier De voorzitter
(getekend) R.G. van den Berg (getekend) T.G.M. Simons

HD