ECLI:NL:CRVB:2015:4763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van geen toename van arbeidsongeschiktheid bij WAO-uitkering
Appellante ontving een WAO-uitkering die in 2006 werd ingetrokken wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Na ziekte in 2009 kreeg zij een Ziektewetuitkering en later een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Het UWV stelde dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen per datum in geding, waarop appellante bezwaar maakte dat het dossier onvolledig was en de beperkingen werden onderschat.
De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) de belastbaarheid van appellante juist weergeven. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de ZW-verzekeringsartsen meer beperkingen aannamen zonder medische onderbouwing. De psychische en lichamelijke klachten van appellante zijn adequaat beoordeeld, en de aanvullende medische informatie bevatte geen aanwijzingen voor toegenomen beperkingen.
De Raad benadrukt dat artikel 43a van de WAO alleen ziet op toename van medische beperkingen die ten grondslag liggen aan eerdere beoordelingen, en dat bij ontbreken daarvan geen arbeidskundige beoordeling nodig is. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit van het UWV bevestigd.