ECLI:NL:CRVB:2015:4772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens simulatie en onjuiste informatieverstrekking
Appellante vroeg een WIA-uitkering aan wegens psychische klachten, waarbij aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van meer dan 35% werd vastgesteld. Later onderzoek, mede ingegeven door een strafrechtelijk onderzoek naar fraude door een psychiater, wees uit dat appellante zich had voorgedaan als ernstiger ziek dan zij was.
Het UWV herzag daarop de uitkering en toeslagen met terugwerkende kracht vanaf 15 juli 2010, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Appellante werd beschuldigd van simulatie en het onjuist informeren van verzekeringsartsen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht de uitkering introk en terugvorderde.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunten, onder meer dat zij onder dwang verkeerde en dat het EHRM-arrest Hrdalo bescherming zou bieden. De Centrale Raad van Beroep verwierp deze gronden, bevestigde de juiste toepassing van de wet- en regelgeving, en oordeelde dat het UWV de uitkering en toeslagen terecht met terugwerkende kracht introk en terugvorderde. De Raad vond geen dringende redenen om van terugvordering af te zien.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte informatieverstrekking aan het UWV en bevestigt dat intrekking met terugwerkende kracht gerechtvaardigd is bij simulatie. Tevens wordt duidelijk gemaakt dat bestuursrechtelijke procedures losstaan van strafrechtelijke waarborgen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WIA-uitkering en toeslagen met terugwerkende kracht wegens simulatie en onjuiste informatieverstrekking.