Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving studiefinanciering berekend op basis van de norm voor uitwonende studenten. Na een controle werd vastgesteld dat betrokkene vanaf januari 2012 feitelijk thuiswonend was, waarna de studiefinanciering werd herzien naar de norm voor thuiswonenden en het te veel betaalde bedrag werd teruggevorderd.
De rechtbank Limburg oordeelde dat de herziening en terugvordering over de periode januari tot mei 2012 onterecht was vanwege toepassing van de hardheidsclausule, omdat betrokkene aannemelijk had gemaakt dat hij feitelijk op het geregistreerde adres woonde. De Minister ging tegen dit oordeel in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat betrokkene onvoldoende onomstotelijk bewijs heeft geleverd om het wettelijk vermoeden van het niet-wonen op het adres te weerleggen. De verklaring van de hoofdbewoonster en de stellingen van betrokkene zijn onvoldoende onderbouwd. Daarom blijft de herziening en terugvordering over de gehele periode in stand.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de Minister ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de Minister wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van studiefinanciering blijft in stand.