ECLI:NL:CRVB:2015:4825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens misleiding door voorwenden ziekte niet in strijd met rechtszekerheidsbeginsel
Appellante ontving sinds 2002 een WAO-uitkering wegens vermeende ernstige psychische klachten. Na herbeoordelingen en een psychiatrisch onderzoek in 2011 werd vastgesteld dat zij haar beperkingen had overdreven en dat zij in staat was loonvormende arbeid te verrichten vanaf 14 februari 2008. Het UWV herzag daarop de uitkering en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug.
Appellante voerde aan dat de verzekeringsarts in 2008 geen expertise had aangevraagd en dat de psychiatrische diagnoses verschillen. Zij stelde dat zij geen onjuiste informatie had verstrekt. De Raad overwoog dat het UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante door haar presentatie en verstrekte informatie een onjuist beeld had opgeroepen, mede ondersteund door een deskundigenrapport.
De Raad oordeelde dat het intrekken van de uitkering met terugwerkende kracht gerechtvaardigd was en niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat appellante redelijkerwijs rekening had kunnen houden met een dergelijke intrekking. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De WAO-uitkering van appellante mocht met terugwerkende kracht worden ingetrokken en de onverschuldigd betaalde bedragen teruggevorderd.