ECLI:NL:CRVB:2015:4841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping maatregel verlaging bijstand wegens niet-deelname re-integratietraject
Appellant ontvangt sinds 2012 bijstand en werd in 2013 aangemeld voor een re-integratietraject bij het Re-integratiebedrijf Amsterdam (RBA). Hij verrichtte schilderwerkzaamheden tot januari 2014, met een onderbreking wegens ziekte. Het college verlaagde zijn bijstand wegens onvoldoende sollicitatie en niet-deelname aan het re-integratietraject. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en vernietigde het besluit.
In hoger beroep stelt appellant dat het re-integratietraject niet op hem was toegesneden en geen kwalificatie bood om daadwerkelijk aan het werk te gaan. De Raad oordeelt dat het college onvoldoende heeft aangetoond waarom het traject na werkhervatting nog passend was. Het traject kende een open einde en bood geen perspectief op uitstroom naar de arbeidsmarkt.
De Raad concludeert dat appellant geen verwijt kan worden gemaakt voor het niet deelnemen aan het traject en dat het college onterecht de bijstand heeft verlaagd. De Raad herroept het besluit van 21 januari 2014 en vernietigt het nadere besluit van 5 februari 2015, en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de bijstand wegens niet-deelname aan het re-integratietraject wordt herroepen wegens gebrek aan maatwerk en verwijtbaarheid.