ECLI:NL:CRVB:2015:4856
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WIA-uitkeringsduur en mate van arbeidsongeschiktheid na herbeoordeling
Appellant, werkzaam als heftruckchauffeur, werd wegens rug- en knieklachten arbeidsongeschikt verklaard en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering tot 8 april 2014. Bij herbeoordelingen in 2012 en 2013 werd vastgesteld dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en niet was toegenomen. Appellant stelde dat zijn beperkingen zwaarder waren en dat zijn uitkering onjuist was vastgesteld.
De rechtbanken verklaarden zijn beroepen ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige rapporten van het UWV volgden. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraken, oordeelde dat de medische onderbouwing de beperkingen voldoende weerspiegelde en dat appellant onvoldoende medische stukken had overgelegd om het oordeel te weerleggen.
Verder werd geoordeeld dat het UWV niet verplicht was de mate van arbeidsongeschiktheid per 8 april 2014 te beoordelen, omdat appellant zich na 17 februari 2014 niet toegenomen arbeidsongeschikt had gemeld. De Raad veroordeelde het UWV wel tot vergoeding van proceskosten en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat de WGA-uitkering eindigt op 8 april 2014 zonder recht op verlenging.