ECLI:NL:CRVB:2015:4886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melden inkomsten uit prostitutie en vermogen
Appellant ontving tussen 7 juni 2000 en 29 februari 2012 bijstand, waaronder in de periode van september 2003 tot september 2004. Hij was eigenaar van een woning in Marokko sinds januari 2005. Het Mensenhandel Interventie Team voerde een strafrechtelijk onderzoek uit naar mensenhandel en valsheid in geschrifte, waarbij appellant werd verdacht en op 3 januari 2012 in detentie werd gesteld.
De Sociale Recherche gebruikte de resultaten van het strafrechtelijk onderzoek om een nader onderzoek te doen naar het recht op bijstand van appellant. Op basis hiervan trok het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden bijstandsuitkeringen in en vorderde ten onrechte ontvangen bijstand terug, omdat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door niet te melden dat hij inkomsten uit prostitutie had en een woning in Marokko bezat.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij de verklaringen uit het strafrechtelijk onderzoek betrok maar ook zelf beoordeelde. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte het strafrechtelijk vonnis als bewijs gebruikte terwijl dit nog niet onherroepelijk was en dat de verklaringen onvoldoende specifiek waren voor de gehele periode.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestuursrechtelijk gebruik van strafrechtelijk bewijs toegestaan is, ook als het vonnis nog niet onherroepelijk is, en dat de rechtbank terecht de verklaringen en andere bewijsstukken heeft beoordeeld. De Raad vond dat voldoende grond bestond om de intrekking en terugvordering over de gehele periode te handhaven, waaronder de periode september 2003 tot september 2004, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-melden van inkomsten uit prostitutie en bezit van een woning.