Uitspraak
19 juni 2014, 13/8016 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant staakte zijn werkzaamheden in februari 2012 vanwege psychische klachten na een mishandeling en kreeg een Ziektewet-uitkering. Het UWV besloot in oktober 2012 dat appellant weer geschikt was voor werk en stopte de uitkering. Appellant deed een verzoek om terug te komen op dit besluit, dat het UWV in oktober 2013 afwees. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond, omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangetoond zoals vereist in artikel 4:6 Awb Pro.
In hoger beroep stelde appellant dat een nieuwe diagnose van een SLAP-laesie in maart 2013 een nieuw feit was dat het eerdere besluit zou moeten herzien. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze diagnose geen nieuw feit is in de zin van artikel 4:6 Awb Pro, omdat het niet leidt tot nieuwe beperkingen die niet al bij het eerdere besluit bekend waren. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit.
De Raad benadrukte dat het bij de beoordeling van Ziektewet-uitkeringen gaat om de beperkingen vastgesteld bij verzekeringsgeneeskundig onderzoek en niet zozeer om de medische diagnose. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 30 december 2015.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het besluit is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.