ECLI:NL:CRVB:2015:4937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstandsuitkering wegens onvoldoende onderbouwing onttrekking aan vervangende hechtenis
De zaak betreft het hoger beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam tot intrekking en terugvordering van bijstandsuitkering van appellant wegens vermeende onttrekking aan de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis.
De Raad constateerde in een tussenuitspraak dat het college onvoldoende had onderbouwd dat appellant zich aan de tenuitvoerlegging had onttrokken. De stukken waren minimaal en niet verifieerbaar, en pogingen tot betekening ontbraken of waren onduidelijk. Het college nam een nader besluit dat slechts gedeeltelijk tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant.
De Raad oordeelt dat het nader besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid en motivering is voorbereid. De akte van uitreiking toont slechts een poging tot betekening van een gerechtelijke brief, niet van de omzetting van werkstraf naar vervangende hechtenis. Er is geen bewijs van pogingen tot tenuitvoerlegging en onvoldoende onderbouwing dat appellant niet op het adres woonde.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit, het nader besluit en herroept het oorspronkelijke besluit van 30 november 2011. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellant en bepaalt vergoeding van griffierechten. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 december 2015.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstandsuitkering wordt vernietigd en herroepen.