Uitspraak
OVERWEGINGEN
):
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, woonachtig in Duitsland, ontvangt pensioen en lijfrente-uitkeringen waarop het Zorginstituut Nederland (rechtsopvolger van het College voor zorgverzekeringen) een buitenlandbijdrage inhoudt op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Regeling zorgverzekering. Appellant maakte bezwaar tegen deze inhouding, stellende dat Interpolis ten onrechte was verplicht tot inhouding.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de brief van Interpolis als besluit van het Cvz kon worden aangemerkt en dat Cvz Interpolis mocht verplichten tot inhouding van de buitenlandbijdrage. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad bevestigt dat op grond van artikel 69 Zvw Pro en de ministeriële Regeling het Zorginstituut bevoegd is om organen zoals Interpolis op te dragen bijdragen in te houden en af te dragen. De wetsgeschiedenis ondersteunt deze bevoegdheid. Het standpunt van appellant dat deze bevoegdheid ontbreekt, wordt verworpen.
De overige bezwaren van appellant worden niet nader behandeld, verwijzend naar eerdere uitspraken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de bevoegdheid van het Zorginstituut om Interpolis op te dragen buitenlandbijdrage in te houden en verklaart het hoger beroep ongegrond.