ECLI:NL:CRVB:2015:4988
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, een fabrieksmedewerker, meldde zich ziek met lage rugklachten en pijnuitstraling naar het rechterbeen. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde daarom een WIA-uitkering. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellant dat het medisch onderzoek door het UWV onvoldoende zorgvuldig was, omdat geen aanvullende informatie was opgevraagd bij zijn behandelende specialisten en dat zijn beperkingen werden onderschat, mede door medicijngebruik. De Raad oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief dossieronderzoek en gesprekken met appellant. Er was geen aanleiding om aanvullende medische informatie op te vragen.
De functionele beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waren overtuigend gemotiveerd. De arbeidsdeskundige had de geschiktheid voor de geselecteerde functies overtuigend onderbouwd. De Raad vond geen reden om het oordeel van het UWV te herzien en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.