ECLI:NL:CRVB:2015:5005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep herroept besluit UWV over Wajong-uitkering wegens onvoldoende onderzoek en motivering
Appellante vroeg op 1 mei 2012 een Wajong-uitkering aan. Het UWV wees dit af op basis van een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidskundig onderzoek, die concludeerden dat zij geen verlies aan verdiencapaciteit had. In bezwaar en beroep werd de FML aangepast met aanvullende beperkingen, maar het bezwaar werd alsnog ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep stelde appellante dat haar psychische en sociale beperkingen zwaarder wegen en dat de noodzaak van een jobcoach onvoldoende was onderzocht. De Centrale Raad constateerde dat het UWV onvoldoende had onderzocht of en hoe de begeleiding door een jobcoach bij de geselecteerde functies voldoende tegemoetkomt aan haar specifieke beperkingen, mede gezien het verhoogde afbreukrisico.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en niet kan standhouden. Daarom draagt de Raad het UWV op binnen zes weken de gebreken te herstellen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 oktober 2015.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen de gebreken binnen zes weken te herstellen.