ECLI:NL:CRVB:2015:522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand van februari 2011 tot januari 2012. Naar aanleiding van een signaal over een bankrekening met een saldo van bijna €19.000,- werd een onderzoek ingesteld. Appellant had deze rekening niet gemeld bij de aanvraag van de bijstand.
Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug. Appellant stelde dat de rekening al was opgeheven vóór de bijstand en dat hij het opgenomen geld aan familie in Iran had gegeven. Deze stellingen werden niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van het vermogen. Omdat niet kon worden vastgesteld of appellant in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde, was intrekking en terugvordering gerechtvaardigd. Dringende redenen om van terugvordering af te zien werden niet erkend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.