ECLI:NL:CRVB:2015:527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G. van Zeben-de Vries
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot verantwoording van pgb ondanks schuldaflossing aan zorgkantoor
Appellante ontving voor 2011 een persoonsgebonden budget (pgb) van € 15.298,13. Het Zorgkantoor stelde vast dat een deel van het pgb niet verantwoord was en vorderde € 3.099,76 terug. Appellante voerde aan dat het Zorgkantoor onjuist had gerekend met het verantwoordingsvrije bedrag en dat een eerdere terugvordering over 2010 ten onrechte was verrekend met het pgb over 2011, waardoor zij het pgb niet volledig kon verantwoorden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Zorgkantoor terecht het bedrag had teruggevorderd en dat appellante ook het deel van het pgb dat zij had gebruikt voor het aflossen van een schuld aan het Zorgkantoor moest verantwoorden met daadwerkelijke zorgkosten. De financiële ontoereikendheid van appellante doet hieraan niet af en het risico blijft voor haar. De Raad verwierp het verweer dat sprake zou zijn van een dubbele terugvordering van het bedrag van € 411,98.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.